hoogveenvlekuil Amphipoea lucens

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Amphipoea lucens
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Een soort die vooral voorkomt in de hoogveengebieden in de oostelijke helft van het land. RL: ernstig bedreigd.

Rode lijst
ernstig bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 14-17 mm. De grondkleur van deze uil en de andere Amphipoea-soorten varieert van lichtbruin of olijfbruin tot donker roodachtig bruin. Kenmerkend is het grote aantal fijne zwarte dwarslijnen, die variëren in intensiteit. Er zijn minstens twee geschulpte binnenste dwarslijnen, twee gebogen buitenste dwarslijnen, een vrij brede middelste dwarslijn en een golflijn aanwezig; soms is ook een (dubbele) eerste dwarslijn zichtbaar in het wortelveld. De ringvlek en de niervlek zijn geel, oranje of wit en vallen duidelijk op. Exemplaren met vrij duidelijke dwarsbanden op de onderzijde van de voor- en de achtervleugel behoren vaak tot de hoogveenvlekuil. Bovendien vliegt deze soort vaak in hoogveengebieden.

Gelijkende soorten vlinder

De geelbruine vlekuil (A. fucosa) is vaak lichter van kleur, meer leerkleurig bruin dan roodachtig bruin. De roodbruine vlekuil (A. oculea) is meestal iets kleiner en heeft een relatief bredere voorvleugel met een duidelijkere lijnentekening. Zie ook de halmrupsvlinder (Mesapamea secalis), het weidehalmuiltje (M. secalella) en de gele lis-boorder (Helotropha leucostigma).

Genitaliën kenmerken

De drie Amphipoea-soorten die in Nederland voorkomen lijken sterk op elkaar en zijn in de meeste gevallen op grond van uiterlijke kenmerken niet of nauwelijks met zekerheid van elkaar te onderscheiden. Ze hebben een vrijwel identieke vleugelvorm en -tekening en dezelfde mate van variatie. Genitaliënonderzoek is dus noodzakelijk om met zekerheid de juiste soort vast te stellen. De verschillen in de mannelijke genitaliën zijn als volgt:
A. lucens: het grijporgaan heeft twee armen, waarvan de één langer is dan de ander; de twee rijen stekels op de cucullus overlappen elkaar niet.
A. fucosa: het grijporgaan heeft twee armen, waarvan de één langer is dan de ander; de binnenste rij stekels op de cucullus overlapt de buitenste rij voor meer dan de helft.
A. oculea: het grijporgaan heeft twee armen van ongeveer gelijke lengte.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Gelijkende soorten rups

Geelbruine vlekuil (Amphipoea fucosa), roodbruine vlekuil (Amphipoea oculea) en wollegras-uil (Celaena haworthii).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

roodbruine vlekuil
Amphipoea oculea

wollegras-uil
Celaena haworthii

geelbruine vlekuil
Amphipoea fucosa

Levenscyclus

Rups: april-juli. De rups leeft eerst onder in een stengel van de waardplant, later tussen de wortels. De verpopping vindt plaats in de strooisellaag. De soort overwintert als ei.

Waardplanten

Pijpenstrootje en veenpluis.

Habitat

Habitat: Hoogveen, natte heiden, moerassen en laagveen.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-half september in één generatie. De vlinders komen op licht en bezoeken bloemen van onder andere struikhei.

België

Zeer zeldzaam en zeer lokaal; beperkt tot de veengebieden van de Hoge Ardennen in Luik en Luxemburg

Mondiaal

In Europa vooral in de landen van het centrum en van het noorden. Naar het noorden tot de Orkney-eilanden, Zuid-Noorwegen, Noord-Zweden, Midden-Finland en Karelië. Naar het zuiden tot Zuid-Ierland, Wales, Nederland, Oost-Frankrijk (Doubs), Noord-Zwitserland, Zuid-Beieren, Oostenrijk, Hongarije en Oekraïne. Buiten Europa alleen in Oost-Azië (Amoergebied) (volgens Heydemann 1931 twijfelachtig), de Koerilen, Korea (volgens Inoue & Sugi 1958 twijfelachtig) en Japan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Large Ear
Duitse naam
Moor-Stengeleule
Franse naam
la Noctuelle chatoyante
Synoniemen
Hydraecia lucens, Hydroecia lucens, Apamea lucens
Toelichting Nederlandse naam

Hoogvenen en moerassen hebben de voorkeur van deze vlekuil.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Amphipoea: amphi = rond, omgeven door en poa, poia = gras, naar het habitat van deze soorten.
lucens: lucens = glimmend, naar de heldere niervlek. Ook is het mogelijk dat de glimmende rustende vlinder in het licht van een lamp wordt bedoeld; zo zien de vlinderaars deze soort het vaakst.

Auteursnaam en jaartal
(Freyer, 1845)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

gelijnde grasuil
Tholera decimalis

moeras-w-uil
Lacanobia splendens

bonte worteluil
Agrotis vestigialis

schijn-nonvlinder
Panthea coenobita

helmgrasuil
Mythimna litoralis

bonte daguil
Protoschinia scutosa

alle soorten uit deze familie