ni-uil Trichoplusia ni

De ni-uil is een trekvlinder, waarvan slechts enkele waarnemingen bekend zijn in Nederland.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Plusiinae / Trichoplusia ni
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Een trekvlinder waarvan slechts enkele waarnemingen bekend zijn.

Rode lijst
trekvlinder

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-17 mm. Net als de verwante soorten houdt deze uil in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren is een kleiner kuifje zichtbaar. Deze uil heeft een enigszins ruw aandoende, bruinachtig grijze of grijsachtig bruine voorvleugel met een paarsachtige tint. Midden op de voorvleugel bevindt zich een meestal in tweeën gedeelde zilverkleurige vlek, waarvan het gedeelte dat het dichtst bij de voorrand ligt witgerand is en de vorm heeft van een ingesnoerde n of soms een onvolledige 8. Deze witte omranding lijkt zich min of meer schuin in de richting van de voorrand voort te zetten. In de binnenrandhoek is een vaak onopvallende, lichte of witachtige vlek zichtbaar.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de gamma-uil (Autographa gamma) en de schijn-gamma-uil (Syngrapha interrogationis).

Gelijkende soorten vlinder

gamma-uil
Autographa gamma

schijn-gamma-uil
Syngrapha interrogationis

Levenscyclus

Rups: juni-mei in twee generaties. De soort overwintert als rups.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, waaronder zeeraket, havikskruid, afrikaantjes en tomaat.

Habitat

Habitat: Deze trekvlinder kan op allerlei plaatsen worden waargenomen.

Vliegtijd en gedrag

Mei-begin oktober in twee generaties. De vlinders komen op licht en bezoeken bloemen.

België

Zeer zeldzaam. Een trekvlinder die na 1980 niet meer gezien is.

Mondiaal

Een echte kosmopoliet. Tropen en subtropen over de hele aarde (Azië, Afrika, Australië, Amerika) en in de gematigde zones als trekvlinder. In Europa standvlinder in het zuidelijke Middellandse zeegebied. Nog frequent gesignaleerd in de Pyreneeën, de Alpen en de Karpaten. Meer naar het noorden kan ni de winters niet doorstaan. In veel jaren in Midden- en Noord-Europa (Midden-Engeland, Denemarken en Zuid-Finland) alleen door trekbewegingen.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Ni Moth
Franse naam
le Ni
Synoniemen
Plusia ni
Toelichting Nederlandse naam

Voor een verklaring van de soortnaam ni zie bij 'toelichting wetenschappelijke naam'.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Trichoplusia: thrix, trikhos = haar. Het is dus een harige Plusia, zie verder bij dat genus. Deze soort heeft flinke haarplukken op het abdomen.
ni: ni bestaat uit een nu en een iota; de niervlek lijkt opgebouwd uit deze twee Griekse letters.

Auteursnaam en jaartal
(Hübner, 1803)

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

astermonnik
Cucullia asteris

roodkopwinteruil
Conistra erythrocephala

okergele grasuil
Apamea sublustris

grote bruine grasuil
Rhyacia lucipeta

bijvoetmonnik
Cucullia artemisiae

zilverhaak
Deltote uncula

alle soorten uit deze familie