Verdwenen (voorlopige rode lijst)

Bijvoetmonnik

Cucullia artemisiae

Vliegtijd & gedrag

Juni-augustus in één generatie.

Bijvoetmonnik

Verspreiding in Nederland

Bijvoetmonnik

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: juli-oktober. De soort overwintert als pop, soms meerdere jaren, in een stevige cocon in de grond.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 16-19 mm. Deze bruinachtig grijze Cucullia-soort heeft een weinig uitgesproken tekening op de voorvleugel. Toch zijn de dwarslijnen, de ringvlek en de niervlek over het algemeen goed zichtbaar. Opvallend zijn de behaarde halskraag en de dicht tegen het lichaam gedrukte vleugels. De achtervleugel is witachtig en heeft een bruine zoom.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de absintmonnik (C. absinthii).

Verspreiding

Zeldzaamheid

Een soort waarvan verspreid over het land slechts enkele zwervende exemplaren zijn waargenomen. De laatste waarneming dateert uit 1954 in Zuid-Holland.

België

Zeer zeldzaam. Vroeger gemeld uit Antwerpen en Namen, maar recente waarnemingen ontbreken.

Mondiaal

In Europa van Zuid-Frankrijk en de omgeving van Parijs naar het oosten. In het noorden tot Denemarken, Zuid-Zweden, St.Petersburg en de Oeral. Een paar vangsten in Zuid-Engeland en Zuid-Finland. Naar het zuiden tot de Pyreneeën, de zuidkant van de Alpen, Hongarije, Roemenië, Oost-Bulgarije en de kusten van de Zwarte Zee. Oude opgaven van het Iberisch schiereiland zijn twijfelachtig en behoeven bevestiging. Via Midden-Azië tot Oost-China, Korea en Japan (vanaf West-Siberië betreft dit ssp. perspicua Warnecke, 1919). In Noord-Duitsland en Denemarken vindt uitbreiding naar het (Noord)westen plaats. Een overzicht hiervan (met kaarten) publiceerde Lobenstein (1982).

Habitat

Vooral warme, droge ruderale terreinen.

Ruderale terreinen

Waardplanten

Bijvoet en absintalsem.

Bijvoet

Benaming

  • Engelse naam Scarce Wormwood
  • Duitse naam Feldbeifuss-Mönch
  • Franse naam la Noctuelle de l’armoise
  • Synoniemen Cucullia arthemisiae
    Cucullia abrotani

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De monniken zijn gekleed in een eenvoudig stemmig grijs habijt en het hoofd (de kop) is bedekt met een monnikskap.De waardplanten van de bijvoetmonnik zijn bijvoet en absintalsem. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Cucullia: cucullus is een hoed, een monnikskap. Naar de opvallende monnikskapachtige haartooi op de torax. artemisiae: Artemisia is het plantengeslacht Alsem; de waardplant bijvoet maakt deel uit van dit geslacht.

Auteursnaam en jaartal
(Hufnagel, 1766)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden