Nieuwsbericht

Tijd voor herfst- en gouduilen

woensdag 12 oktober 2011

Zoals vorige week gemeld in het natuurbericht uit Vlaanderen zijn er dit najaar maar weinig nachtvlinders. Toch zijn de afgelopen week de gebruikelijke najaarsvlinders gemeld. Van de herfstuilen zijn nu de nodige vertegenwoordigers te zien. De bruine herfstuil (Agrochola circellaris) is een algemene soort en uit Limburg komen meldingen van meer dan 100 vlinders die zijn aangelokt met smeer. In een bos bij Simpelveld wordt aan het begin van de schemering op veel bomen een stroopmengsel gesmeerd waarop de vlinders gaan drinken. Hoewel er dus veel bruine herfstuilen op zijn afgekomen zijn de aantallen toch niet eens de helft van het vorig jaar. Toen werden op de topnacht daar maar liefst 281 vlinders geteld. Ook van de geelbruine (A. macilenta) en de variabele herfstuil (A. lychnidis) worden wel vlinders gemeld, maar ook hiervan zijn de aantallen over het algemeen laag. Alleen in Culemborg werden meer dan 20 exemplaren van de variabele herfstuil in een lichtval gevangen.

Een andere groep uilen die met name in het najaar is te zien zijn de gouduilen. De afgelopen dagen zijn er vijf soorten gemeld: wilgengouduil (Xanthia togata), gewone gouduil (X. icteritia), en safraangouduil (Tiliacea aurago), maar ook de wat zeldzamere lindegouduil (T. citrago) en iepengouduil (Xanthia gilvago). Die laatste soort komt verspreid over het land lokaal voor in loofbossen, struwelen, parken en tuinen. De vlinder vliegt vanaf eind augustus en kan tot in november nog worden gezien. Hij komt af op licht, maar ook op smeer en op bloeiende planten en rottend fruit is de soort aan te treffen. De eitjes worden dicht bij de knoppen op een tak van iep afgezet. De soort overwintert als ei. De rups foerageert in de voorzomer eerst in een bloemknop van de waardplant, daarna stapt hij over op allerlei kruidachtige planten onder de bomen. Gouduilen zijn tot eind oktober nog te zien.