fijnspardwergspanner Eupithecia tantillaria

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia tantillaria
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor, maar wordt in de oostelijke helft van het land meer waargenomen dan in het westen; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 9-11 mm. Een opvallend kenmerk op de bruinachtig grijze, tamelijk afgeronde voorvleugel is de sterk vergrote zwarte middenstip. Op de voorvleugel bevinden zich vele dwarslijntjes. De achtervleugel is wit tot lichtgrijs met een zeer duidelijk patroon van enkele donkere dwarslijnen, waaronder een opvallend gevormde middenlijn; op de achtervleugel bevindt zich een duidelijke middenstip. De franje is duidelijk geblokt.

Kenmerken rups

20-22 mm. Lijf roodachtig bruin met een donkerder ruglijn die het best zichtbaar is op de borst- en op de paar laatste segmenten, met onduidelijke subdorsale lijnen en een beetje blekere stigmalijn.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de spardwergspanner (E. abietaria) en de eikendwergspanner (E. dodoneata).

spardwergspanner
Eupithecia abietaria
GEOMETRIDAE: Larentiinae

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Gelijkende soorten rups

Dennendwergspanner (Eupithecia indigata).
De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn. Vergelijk daarnaast ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen en het habitat.

dennendwergspanner
Eupithecia indigata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Vliegtijd en gedrag

Begin april-eind juli in één generatie. De vlinders komen goed op licht. Ze rusten overdag op laaghangende takken of stammen en zijn gemakkelijk op de jagen.

Levenscyclus

Rups: eind juni-eind augustus. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Waardplanten

Vooral fijnspar; ook zilverspar, jeneverbes, europese lork en grove den.

Habitat

Vooral naaldboomaanplanten; ook houtsingels, parken en tuinen.

Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor, maar wordt in de oostelijke helft van het land meer waargenomen dan in het westen; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: kwetsbaar.

België

Vrij algemeen in het hele land. Lokaal talrijk.

Mondiaal

West-Europa, de Britse eilanden naar het oosten Rusland, Oekraïne, Georgië en het Altaj-gebied; in het noorden tot Lapland. In Zuid-Europa Italië, de Balkan en Turkije.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Engelse naam
Dwarf Pug
Duitse naam
Nadelgehölz-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie des résineux
Synoniemen
Eupithecia piceata, Eupithecia pusillata, Tephroclystia pusillata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Vooral de fijnspar onder de naaldbomen is de waardplant van deze dwergspanner.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Tantillaria: tantillus = heel klein; een kleine soort, zelfs voor een dwergspanner

Auteursnaam en jaartal
Boisduval, 1840

Nieuws

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

voorjaarsspanner
Apocheima hispidaria

gewone bandspanner
Epirrhoe alternata

koekoeksbloemspanner
Perizoma affinitata

zoomvlekspanner
Stegania cararia

lariksdwergspanner
Eupithecia lariciata

wit spannertje
Asthena albulata

alle soorten uit deze familie