maantandvlinder Drymonia ruficornis

De maantandvlinder komt lokaal voor in eikenbossen en struwelen en parken met eiken.
Familie
tandvlinders (NOTODONTIDAE)
Onderfamilie
Notodontinae / Drymonia ruficornis
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland en lokaal in de duinen. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 16-20 mm. Een tandvlinder met een nogal gedrongen postuur en een door krachtige zwarte dwarslijnen gemarkeerde grijs met witte tekening op de voorvleugel; de grijze kleur kan variëren van licht tot donker. Kenmerkend zijn de opvallende zwarte kommavlek in de lichte, meestal witachtige middenband en de roodachtig bruine antennen. De achtervleugel is lichtgrijs zonder witte dwarslijn. Er is weinig variatie in tekening.

Gelijkende soorten vlinder

De zuidelijke tandvlinder (D. velitaris) heeft een opvallend zandkleurig wortelveld en mist de middenstip op de voorvleugel. De witlijntandvlinder (D. querna) heeft een witte achtervleugel. Zie ook de gestreepte tandvlinder (D. dodonaea).

Gelijkende soorten vlinder

gestreepte tandvlinder
Drymonia dodonaea

zuidelijke tandvlinder
Drymonia velitaris

witlijntandvlinder
Drymonia querna

Gelijkende soorten rups

Tweekleurige tandvlinder (Leucodonta bicoloria).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

tweekleurige tandvlinder
Leucodonta bicoloria

Levenscyclus

Rups: mei-juli. Heel soms kunnen rupsen van de lagere takken van volgroeide bomen worden geklopt. De soort overwintert als pop in een cocon in de grond, vaak in de buurt van wortels die aan de oppervlakte komen.

Waardplanten

Eik.

Habitat

Habitat: (Eiken)bossen, maar ook struwelen en parken met voldoende eiken.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-begin juni in één generatie. De vlinders komen op licht.

Belgiƫ

Vrij algemeen in het hele land, vooral in bosrijke regio's. Lokaal in hoge aantallen.

Mondiaal

Van het Iberisch schiereiland en Noordwest-Afrika via West- en Midden-Europa, inclusief de Britse eilanden, oostwaarts tot de Wolga. In het zuiden via het noordelijke Middellandse Zeegebied, inclusief Italië, de Balkan en Sicilië, tot Turkije en de Kaukasus. In het noorden tot Zuid-Scandinavië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Lunar Marbled Brown
Duitse naam
Dunkelgrauer Zahnspinner
Franse naam
la Demi-Lune noire
Synoniemen
Drymonia chaonia, Notodonta chaonia
Toelichting Nederlandse naam

De maanvlinder heeft een gebogen lijntje, een maantje, in het grote lichte middenveld.
Tandvlinders hebben aan de voorvleugel een uitstulping die in rust als een tand boven de vlinder uitsteekt.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Drymonia: drumos = eiken hakhout, dit genus komt veelvuldig voor in eikebossen.
ruficornis: rufus = rood en cornu = een horen, naar de bleek roodachtige antennen.

Auteursnaam en jaartal
(Hufnagel, 1766)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie tandvlinders (NOTODONTIDAE)

eikentandvlinder
Peridea anceps

beukentandvlinder
Drymonia obliterata

roestbruine wapendrager
Clostera anastomosis

bruine wapendrager
Clostera curtula

wapendrager
Phalera bucephala

alle soorten uit deze familie