Zeer zeldzaam. Een soort waarvan slechts af en toe een waarneming wordt gemeld. In 2013 is het herfstpapegaaitje in drie provincies gezien, namelijk Friesland, Groningen en Noord-Holland. RL: ernstig bedreigd.
Voorvleugellengte: 15-17 mm. De brede voorvleugel heeft een overwegend groenachtige kleur met een fijne lichtgrijze spikkeling. De vleugelwortel, de middenband en de achterrand zijn meestal donkerder groen dan de rest van de vleugel. De tussenliggende lichtere zones en de golflijn bevatten veel grijs en soms een geelachtig lichtbruine kleur. Door de witte en zwarte dwarslijnen vallen de verschillende banden op de voorvleugel goed op. De golflijn bestaat uit witachtige vlekjes en loopt door over de hele breedte van de vleugel. De achtervleugel is meestal witachtig geel.
Zie het papegaaitje (C. siterata) en de groene bergspanner (Colostygia olivata).
groene bergspanner
Colostygia olivata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
papegaaitje
Chloroclysta siterata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
Augustus-begin november en na overwintering opnieuw van april-mei in één generatie. Kan overdag rustend op een blad worden aangetroffen. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen en wilgenkatjes.
Rups: mei-augustus. De rups verpopt zich in de strooisellaag. In het najaar vindt de paring plaats waarna de mannetjes sterven. De volwassen vrouwtjes overwinteren en zetten pas in het voorjaar de eitjes af.
Diverse loofbomen, met een voorkeur voor berk en wilg; ook bosbes.
Loofbossen, struwelen en tuinen in bosachtige omgeving.
Zeer zeldzaam. Een soort waarvan slechts af en toe een waarneming wordt gemeld. In 2013 is het herfstpapegaaitje in drie provincies gezien, namelijk Friesland, Groningen en Noord-Holland. RL: ernstig bedreigd.
Beperkt tot Wallonië. Zeldzaam, maar wijdverbreid in Luik, Luxemburg en Namen.
Noord-Scandinavië, in het oosten tot Zuid-Rusland en tot Ala Taoe; in het zuiden tot het Middellandse Zeegebied (zonder de Balkan), Klein-Azië, het Armeense hoogland en aangrenzende gebieden tot Afghanistan, Kazachstan en Kirgisië. In Duitsland in nagenoeg alle Bondsstaten.
Voor papegaaitje zie bij Chloroclysta siterata.
De toevoeging herfst doet vermoeden dat de vliegtijd een kenmerkend onderscheid zou vormen met het papegaaitje; in ons land is dat toch niet zo duidelijk.
Chloroclysta: khloros is groenachtig geel en kluzo is wegwassen. Dit slaat op het vluchtige karater van de groenige kleuren van dit genus.
miata: mio is plassen; ook hierbij treedt verkleuring van het vocht op, weer verwijzend naar de makkelijk veranderende kleur van groen naar geel.
Blijf op de hoogte
Ontvang vlindernieuwsWord donateur
Steun De Vlinderstichting
kornoeljespanner
Asthena anseraria
grasklokjesdwergspanner
Eupithecia impurata
grote wintervlinder
Erannis defoliaria
geelbruine bandspanner
Plagodis pulveraria
bosspanner
Scopula immutata
gevlekte zomervlinder
Comibaena bajularia