Landelijk Meetnet Libellen

Landelijk Meetnet Libellen

Gaat de libellenstand in ons land vooruit en heeft dat te maken met klimaatverandering? Worden er in het noorden minder libellen waargenomen dan in het zuiden? Zal de groene glazenmaker in dit gebied toenemen nu waterplanten minder vaak worden verwijderd? Hoe zal de speerwaterjuffer reageren op de venherstelmaatregelen?

Om dit soort vragen te kunnen beantwoorden, is De Vlinderstichting in 1998 samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gestart met het Landelijk Meetnet Libellen. Het doel van deze projecten is: actuele informatie verzamelen over de veranderingen in de vlinder- en libellenstand in Nederland. Met deze meetnetten houden we zo de vinger aan de pols. De mogelijke oorzaken van veranderingen kunnen achterhaald worden. Daarom worden verspreid over het hele land routes uitgezet die overal op dezelfde manier worden geteld. Gedurende het hele seizoen wordt elke week genoteerd welke soorten er voorkomen en in welke aantallen.

Doe mee!

Iedereen met een redelijke kennis over de Nederlandse libellen kan meedoen aan het monitoringproject. Een route wordt negen keer per jaar bezocht. Het is natuurlijk niet noodzakelijk om alle Nederlandse libellen in een oogopslag te kunnen herkennen, maar het is wel raadzaam om de libellen in uw omgeving redelijk eenvoudig op naam te kunnen brengen.

Doe mee

Hoe wordt er geteld?

De libellen worden geteld langs een vaste telroute, die in overleg met de coördinator wordt uitgezet. Een route is 50 tot 500 meter lang. Van mei tot en met september wordt een route minimaal eens in de twee weken gelopen, in een constant en rustig wandeltempo. De libellen die worden waargenomen tot twee meter op de oever en tot vijf meter op het water worden genoteerd. Een route hoeft niet in een heel rijk libellengebied te liggen. Een locatie is geschikt zolang er het hele seizoen libellen bij het water vliegen en de oever goed begaanbaar is.

Soortgerichte tellingen

Zeldzame soorten worden op de algemene routes te weinig geteld om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de voor- of achteruitgang van de soort. Voor deze soorten kan soortgerichte monitoring een goede oplossing zijn. Bij soortgerichte monitoring wordt een route speciaal voor één soort uitgezet op een plek waar zich een goede populatie bevindt. Deze route wordt alléén in de vliegtijd van de betreffende libel drie of vier keer gelopen.  De tellers van soortgerichte routes krijgen van De Vlinderstichting een seintje wanneer de vliegtijd van de soort weer begint.

Wie geïnteresseerd is in het lopen van een algemene of soortgerichte monitoringroute, kan contact opnemen met een van de coördinatoren.

Nieuwe libellentellers gezocht!

Jaarlijks worden meer dan 400 libellenroutes geteld door vrijwilligers. Daar zijn we natuurlijk hartstikke trots op! Maar tegelijkertijd blijven we zoeken naar mogelijkheden om het meetnet verder te versterken. Uit het kaartje hieronder blijkt bijvoorbeeld dat er nog enkele regio’s zijn waar geen algemene libellenroutes liggen. Deze ‘witte gebieden’ zouden we graag opvullen.
Ook voor de soortgerichte routes hebben we nog wensen. Voor hele zeldzame soorten zoals de speerwaterjuffer en de gewone bronlibel is de ambitie om alle populaties te kunnen volgen door middel van een monitoringroute. Hiervoor zijn nog enklee tellers nodig. Voor minder zeldzame soorten van de Rode Lijst streven we naar een goede steekproef, evenwichtig verdeeld over het verspreidingsgebied. Nieuwe routes zijn in heel Nederland welkom, maar in sommige regio’s éxtra belangrijk.

Meld je aan als teller

Alternatieve monitoringmethode voor de rivierrombout

Rivierrombouten worden meestal waargenomen als ze net zijn uitgeslopen
De rivierrombout is een soort die lastig langs een vaste route te tellen is. Dit komt omdat de imago’s (volwassen libellen) slechts zeer kortstondig langs de waterkant zijn aan te treffen. De trefkans is dus laag. Het tellen van larvenhuidjes levert betere resultaten op, maar dit is te arbeidsintensief gebleken.


Om toch te kunnen bepalen hoe de wettelijk beschermde rivierrombout het in Nederland doet wordt een alternatieve meetmethode ontwikkeld. In plaats van de aantallen langs een route te tellen zal de aan- of afwezigheid worden onderzocht in kilometerhokken waarin geschikte voortplantingshabitat voorkomt. Tellers die zich aanmelden voor de rivierrombout krijgen jaarlijks een aantal van deze kilometerhokken toegekend om te onderzoeken. De bedoeling is dat op die manier in een paar jaar tijd alle hokken aan de beurt komen.

Landelijk Meetnet Libellen