Als we vlinders en libellen willen beschermen, moeten we weten waar ze voorkomen en hoe het met ze gaat. Daarom volgt De Vlinderstichting al tientallen jaren de aantallen en verspreiding van vlinders, libellen en nachtvlinders in Nederland. Het Landelijk Meetprogramma vormt daarvoor de basis. Honderden vrijwilligers verzamelen ieder jaar duizenden gegevens. De Vlinderstichting coördineert de meetnetten en onderzoekt samen met het CBS wat deze gegevens ons vertellen. Zo kunnen we ontwikkelingen over langere tijd volgen en zien welke soorten vooruitgaan, achteruitgaan of zich juist uitbreiden.

Hoe werkt het?

Het Landelijk Meetprogramma kijkt op twee manieren naar vlinders en libellen. Dankzij aantalsmonitoring weten we hoeveel vlinders er zijn, verspreidingsonderzoek geeft informatie over de veranderingen door de tijd.

Aantalsmonitoring

Via de meetnetten tellen vrijwilligers op vaste routes en meetpunten volgens een vaste methode. Zo kunnen we veranderingen in aantallen volgen. Jaarlijks worden ongeveer 800 vlinderroutes en 400 libellenroutes geteld. Voor nachtvlinders gebruiken we vaste meetpunten met gestandaardiseerde lichtvallen. Dankzij deze data krijgt De Vlinderstichting informatie over de stand van de vlinders en libellen.  

Verspreiding

Naast de meetnetten verzamelen we zoveel mogelijk losse waarnemingen. Die gegevens worden ingevoerd op Waarneming.nl en Telmee en vervolgens samengebracht in de Nationale Databank Flora en Fauna en gebruikt om de verspreiding van soorten en veranderingen daarin te onderzoeken. Met statistische modellen kunnen we daarbij rekening houden met verschillen in waarnemingsintensiteit.

Onze meetnetten laten zien wat er gebeurt. Daarmee weten we waar herstel nodig is en kunnen we de ontwikkelingen volgen en eventueel maatregelen nemen.

Van losse waarneming naar landelijke trend

Een enkele waarneming vertelt ons iets over één vlinder op één plek. Miljoenen waarnemingen, verzameld over tientallen jaren, vertellen een heel ander verhaal. Door gegevens uit de meetnetten en verspreidingsonderzoek te combineren, kunnen we zien of een soort in aantal achteruitgaat, en of zijn verspreidingsgebied verandert. Dat zijn niet precies dezelfde dingen: een populatie kan in aantal veel kleiner worden, terwijl de soort nog steeds op dezelfde plek(ken) voorkomt. Juist door beide ontwikkelingen te volgen, krijgen we een veel beter beeld van wat er in de Nederlandse natuur gebeurt.

Meer over verspreidingsonderzoek

Door het combineren van gegevens uit het meetnet en de verspreiding kunnen we een grove schatting maken van het aantal vlinders in Nederland. We komen dan uit op aantallen tussen de 80 en 150 miljoen dagvlinders (bij soorten met meer dan één generatie nemen we dan alleen de talrijkste generatie mee). Het bruin zandoogje is de talrijkste dagvlinder in ons land. Ieder jaar vliegen er zo’n 20 miljoen bruin zandoogjes in ons land, meer dan het aantal mensen!  

Kennis als basis voor bescherming

De gegevens uit het Landelijk Meetprogramma vormen een belangrijke basis voor natuurbescherming, beleid en beheer. Ook de Rode Lijsten van dagvlinders, nachtvlinders en libellen worden mede gebaseerd op de verzamelde gegevens. Ze helpen ons om:

  • te bepalen welke soorten extra aandacht nodig hebben;
  • ontwikkelingen in aantallen en verspreiding te signaleren;
  • de kwaliteit van natuur en leefgebieden te beoordelen;
  • te onderzoeken welke maatregelen effect hebben;
  • overheden en terreinbeheerders te adviseren;
  • volgen of we erin slagen de achteruitgang van vlinders en libellen te keren.
Meer over Rode Lijsten

Dankzij duizenden mensen

Achter de kennis die De Vlinderstichting verzamelt zit een grote groep mensen. Vrijwilligers gaan het veld in, week na week, jaar na jaar. Zij vormen de ogen en oren van het meetprogramma. De Vlinderstichting coördineert, verzamelt en onderzoekt de gegevens. Het CBS controleert en analyseert de meetgegevens en werkt samen met ons aan de berekening van trends. Het programma maakt deel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring.

Samen meten we hoe het met vlinders en libellen gaat. Juist daardoor weten we steeds beter wat we kunnen doen om ze te helpen.

Verder verdiepen

Verspreidingsonderzoek

Zo werken de meetnetten

Rode Lijsten