essengouduil Atethmia centrago

Familie

uilen (NOCTUIDAE)

Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het land voor; in Friesland, Drenthe en het oostelijk deel van Overijssel ontbreekt de soort nagenoeg. 

Rode lijst

niet bedreigd

Meer foto's

Terug naar boven ^

Levenswijze

Vliegtijd en gedrag

Begin augustus-half oktober één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer.

Levenscyclus

Rups: maart-juni. Jonge rupsen leven in de nog ongeopende knoppen van de waardplant; oudere rupsen verbergen zich overdag achter schors of aan de basis van de stam en klimmen vlak voor het donker omhoog om ´s nachts te foerageren op de bloemen van de waardplant. De rups maakt een cocon in de grond en verpopt zich daarin een aantal weken later. De eieren worden in kleine groepjes afgezet op een tak van de waardplant of in een schorsspleet en overwinteren.

Verspreiding

Vliegtijd

Benaming

Engelse naam

Centre-barred Sallow

Duitse naam

Ockergelbe Escheneule

Franse naam

la Xérampéline d'Hübner , la Xanthie topaze

Synoniemen

Atethmia xerampelina, Cirroedia xerampelina, Xanthia xerampelina

Meer

Toelichting Nederlandse naam

De gouduilen hebben een geelachtige (gouden) grondkleur.
De gewone es is een belangrijke waardplant voor deze soort. Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Atethmia: a is een ontkenning, t is een verbindingsletter en ethmos is een zeef. Samen betekent dit zonder stippen. Het tegenovergestelde van Ethmia, een genus bij de micro's. Hübner beschrijft het vleugelpatroon van de drie soorten die hij in dit genus onderbracht als 'slechts bestaande uit een centrale band en twee lijnen'.
centrago: centrum is het midden en -ago is een bekende uitgang (zie daarvoor bij X. citrago); verwijzend naar de duidelijke lichte lijn in het midden van de vleugel

Auteursnaam en jaartal

(Haworth, 1809)

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 15-18 mm. De enigszins geschulpte achterrand van de brede voorvleugel maakt een vrij rechte hoek met de voorrand en wijkt vanaf het midden sterk naar binnen. Over de oranjegele, soms rood- of purperachtige voorvleugel loopt een brede, geel met rozeachtig bruin gevlekte middenband die met gele of oranjebruine dwarsbanden is afgezet. In de middenband liggen soms grijsachtige vlekken. De niervlek maakt deel uit van de middenband en is soms vaag, de ringvlek is niet zichtbaar. De vleugelzoom is rozeachtig bruin. De tekening van deze uil is vrij constant, maar de intensiteit ervan kan aanzienlijk variëren. Soms komen exemplaren voor met een vrijwel ongetekende voorvleugel.

Kenmerken rups

Tot 30 mm; lichaam grijs met op de rug zwartachtig grijze spikkels; over het midden van de rug een rij witachtige vlekken met aan weerszijden een rij minder duidelijke lichte vlekjes; boven de lijn van de spiracula een golvende zwarte lengtestreep; kop zwart met grijsachtig bruine tekening.

Verspreiding in Nederland in vier perioden

Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.

Habitat

Loofbossen, struwelen, rivieroevers en tuinen.

Planten

Gewone es; mogelijk in het buitenland ook iep en esdoorn.

Waardplant

Es
Fraxinus

Actualiteiten

Ontdek meer

Tijdschriften

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

donkere iepenuil
Cosmia affinis

moeras-grasuil
Lateroligia ophiogramma

krakeling
Diloba caeruleocephala

zilverhaak
Deltote uncula

puta-uil
Agrotis puta

grote piramidevlinder
Amphipyra perflua

Alle soorten uit deze familie