meldedwergspanner Eupithecia simpliciata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia simpliciata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land voor; de meeste waarnemingen komen uit de kustprovincies. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 11-13 mm. Een tamelijk grote kaneelbruine dwergspanner met een vrij brede afgeronde voorvleugel. Op de voorvleugel bevinden zich een duidelijke, lichte brede dwarslijn en golflijn. De middenstip is klein en meestal goed zichtbaar. De vlinders variëren nauwelijks in tekening en kleur.

Uiterlijk Carter: Tot 23 mm; lichaam lichtgrijs, groen of bruin met een rij donkere, pijlvormige vlekken over de rug; soms zonder duidelijke tekening.

Uiterlijk Porter: 19-20 mm. Lijf gewoonlijk heldergroen maar ook wel bleekbruin, met onduidelijke donkerder rugtekening en helemaal bedekt met kleine grijswitte spikkels en lijntjes.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de duizendbladdwergspanner (E. millefoliata).

Gelijkende soorten vlinder

duizendbladdwergspanner
Eupithecia millefoliata

Gelijkende soorten rups

Grijze dwergspanner (Eupithecia subfuscata), oranje dwergspanner (Eupithecia icterata), witvlakdwergspanner (Eupithecia succenturiata) en gewone dwergspanner (Eupithecia vulgata).
De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn. Vergelijk daarnaast ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen en het habitat.

gewone dwergspanner
Eupithecia vulgata

oranje dwergspanner
Eupithecia icterata

witvlakdwergspanner
Eupithecia succenturiata

grijze dwergspanner
Eupithecia subfuscata

Levenscyclus

Rups: juli-september. De rups leeft op de bloemen en de zaden van de waardplant. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Waardplanten

Melde, ganzenvoet, zeealsem en bijvoet.

Habitat

Habitat: Schorren, kwelders en slikken, oevers van riviermonden en verwaarloosde, schaars begroeide grond in stedelijke omgeving.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-begin september in één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht; ze bezoeken bloemen van onder andere kruiskruid. Overdag rusten ze tegen de onderkant van een blad of tegen een stengel.

België

Zeer zeldzaam en achteruitgegaan. Recente waarnemingen uit West-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Namen en Luik.

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland en West-Europa via Midden- en Oost-Europa tot ver in Azië; in het noorden tot Midden-Scandinavië in het zuiden tot de noordelijke Middellandse Zee.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Plain Pug
Duitse naam
Melden-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie du chénopode
Synoniemen
Eupithecia subnotata, Tephroclystia subnotata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Ganzevoetsoorten waaronder melde, zijn de waardplanten van deze dwergspanner.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Simpliciata: simplex, simplicis = eenvoudig, naar de lichte, eenvoudige tekening van de vlinder

Auteursnaam en jaartal
(Haworth, 1809)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

bruine vierbandspanner
Xanthorhoe spadicearia

witte grijsbandspanner
Cabera pusaria

gepluimde spanner
Colotois pennaria

egale stipspanner
Idaea straminata

kleine voorjaarsspanner
Agriopis leucophaearia

zwartstipspanner
Scopula nigropunctata

alle soorten uit deze familie