gevlekte pijluil Pachetra sagittigera

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Pachetra sagittigera
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt voor op de zandgronden in het binnenland; daarbuiten slechts af en toe een waarneming. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 17-20 mm. Langs de binnenrand van de voorvleugel bevindt zich een witachtige, ruwweg vierkante vlek, die meestal duidelijk opvalt. Kenmerkend zijn ook de tamelijk grote zwarte pijlvlekken aan de binnenzijde van de golflijn. De grote ring- en de niervlek zijn witachtig begrensd en steken licht af tegen het donkerdere middenveld. De brede tapvlek valt door de chocoladebruine rand op als een donkere vlek; soms is de tapvlek geheel donker gevuld.

Kenmerken rups

Tot 40 mm; lichaam okerachtig bruin; sommige vormen zijn vrijwel ongetekend, terwijl andere een bleke middenstreep met aan weerszijden zwarte vlekken op de rug hebben, met op de flanken een brede, donkerbruine lengteband; kop geelachtig bruin. De jonge rupsen zijn groen.

Gelijkende soorten vlinder

Bij de gelijnde silene-uil (Sideridis reticulata) zijn de aders licht gekleurd en de middelste dwarslijnen sterk gebogen; de witachtige vlek aan de binnenrand van de voorvleugel ontbreekt. Zie ook de heide-schaaruil (Papestra biren).

gelijnde silene-uil
Sideridis reticulata
NOCTUIDAE: Hadeninae

heide-schaaruil
Papestra biren
NOCTUIDAE: Hadeninae

Vliegtijd en gedrag

Eind april-eind juni in één generatie. De vlinders komen op licht en op smeer.

Levenscyclus

Rups: juli-april. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag dicht bij de grond. De soort overwintert als rups op een grasstengel en verpopt zich in een losse cocon op de grond.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder pijpenstrootje, straatgras en schaduwgras.

Habitat

Heiden en graslanden.

Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt voor op de zandgronden in het binnenland; daarbuiten slechts af en toe een waarneming. RL: bedreigd.

België

In Vlaanderen zeldzaam. Nagenoeg beperkt tot de Kempen. In Wallonië zeldzaam, maar wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Van Spanje door Midden- en Zuid-Europa (inclusief de Britse eilanden) naar het oosten tot de Oeral. De noordgrens loopt over Zuid-Scandinavië en de zuidgrens door het Middellandse Zeegebied, Klein-Azië, Noord-Iran, Midden-Azië, Siberië en Noord-Mongolië (ssp. bombycina Eversman, 1847).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Engelse naam
Feathered Ear
Duitse naam
Trockenrasen-Blättereule
Franse naam
la Coureuse
Synoniemen
Pachetra sagittifera, Mamestra sagittifera, Pachetra leucophaea, Mamestra leucophaea, Heliophobus leucophaea, Pachetra fulminea
Toelichting Nederlandse naam

Deze vlinder heeft in de tekening een paar duidelijke vlekken.
De pijlen zitten bij de achterrand van de voorvleugels. Ook de Latijnse soortnaam wijst op deze pijlen.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Pachetra: Pakhus = dik en etron = het achterlijf; het genus dus van de grote maten.
sagittigera: sagitta = een pijl en gero = dragen; naar de pijlpunten bij de achterrand van de voorvleugels.

Auteursnaam en jaartal
(Hufnagel, 1766)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

helmkruidvlinder
Cucullia scrophulariae

eikenuiltje
Dryobotodes eremita

bruine witvleugeluil
Aporophyla lutulenta

heidedaguil
Heliothis maritima

oostelijke uil
Fabula zollikoferi

stompvleugelgrasuil
Mythimna impura

alle soorten uit deze familie