Algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.
Voorvleugellengte: 11-16 mm. Deze uil lijkt sterk op de halmrupsvlinder (M. secalis) en vertoont een vergelijkbare mate van variatie. Zeer donkere exemplaren met een krijtwitte niervlek behoren meestal tot het weidehalmuiltje en gemiddeld is deze soort iets kleiner. Bovendien hebben verse exemplaren een koperrode glans over de voorvleugel. Beide soorten zijn in de meeste gevallen echter alleen met zekerheid van elkaar te onderscheiden op grond van genitaliënonderzoek.
Zie de halmrupsvlinder (M. secalis). De Amphipoea-soorten en de gele lis-boorder (Helotropha leucostigma) hebben een scherpe hoekige vleugelpunt. Zie ook de populierenuil (Parastichtis suspecta) en de rietgrasuil (Apamea unanimis).
Bekijk de gedetailleerde verschillen met illustraties tussen de beide Mesapamea-soorten.
Bekijk de gedetailleerde verschillen met illustraties tussen de Mesapamea-soorten versus Apamea unanimis en A. illyria.
gele lis-boorder
Helotropha leucostigma
NOCTUIDAE: Hadeninae
rietgrasuil
Apamea unanimis
NOCTUIDAE: Hadeninae
populierenuil
Parastichtis suspecta
NOCTUIDAE: Hadeninae
halmrupsvlinder
Mesapamea secalis
NOCTUIDAE: Hadeninae
Halmrupsvlinder (Mesapamea secalis).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
halmrupsvlinder
Mesapamea secalis
NOCTUIDAE: Hadeninae
Half juni-half augustus in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.
Rups: september-mei. De rups leeft in de halmen van de waardplant en verlaat deze alleen om van halm te wisselen. De soort overwintert als rups. De verpopping vindt plaats in een cocon in de grond.
Diverse grassen, waaronder kropaar en zwenkgras.
Graslanden en andere grazige plaatsen; ook tuinen.
Algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.
Vrij algemeen in het hele land.
Zeker aanwezig in Europa met uitzondering van Portugal, Corsica en Sardinië. Ook in Turkije.
De rupsen van de halmuiltjes brengen een groot deel van hun leven door in of op grashalmen.
Dit halmuiltje heeft voorkeur voor grazige plaatsen.
Mesapamea: me- is niet en de s is slechts een verbindingsletter. Dus: lijkt veel op een apamea, maar net iets anders.
Actualiteiten
Ontdek meerBlijf op de hoogte
Ontvang vlindernieuwsWord donateur
Steun De Vlinderstichting
kleine rietvink
Simyra albovenosa
gele duinrietboorder
Photedes fluxa
brede-w-uil
Lacanobia w-latinum
adusta-uil
Mniotype adusta
spurrie-uil
Anarta trifolii
roodbruine herfstuil
Agrochola nitida