bruinbandspanner Scotopteryx chenopodiata

De bruinbandspanner heeft in Nederland vier ver uit elkaar liggende verspreidingsgebieden.
Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Scotopteryx chenopodiata
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Een soort die een merkwaardige verspreiding vertoont met vier ver uit elkaar liggende verspreidingsgebieden. De meeste waarnemingen komen uit de zuidwesthoek van het land, Zuid-Limburg, Oost-Groningen en van de duinen op enkele Waddeneilanden; sinds 2000 wordt de soort ook vaker op andere plekken in het land waargenomen. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 16-19 mm. Nogal variabel van kleur, maar gemakkelijk te herkennen. De voorvleugel is effen geelbruin of dofbruin met een duidelijke donkerder bruine dwarsband. Deze dwarsband bestaat uit een aantal smallere banden, waarvan de middelste lichter en vaak grijsachtig getint is. Meestal is er een donker schuin streepje in de vleugelpunt aanwezig.

Kenmerken rups

Tot 25 mm; lichaam roze-achtig grijs, soms met een blauwachtig grijze zweem, over de rug een donkergrijze middenstreep met aan weerszijden daarvan een bruingezoomde, bleek geelachtige streep; onderzijde lichtgrijs; vlekjes en spiracula zwart; kop roze-achtig grijs, licht ingesneden.

Gelijkende soorten vlinder

De malvabandspanner (Larentia clavaria) is groter, fijn bespikkeld en de binnenrand van de middenband is getand of voorzien van twee duidelijke inkepingen; ook heeft de malvabandspanner witachtige randen langs de dwarslijnen en een zwakke zigzaggende golflijn. De bruine snuituil (Hypena proboscidalis) heeft zeer lange palpen en een andere dwarslijnen-tekening.

malvabandspanner
Larentia clavaria
GEOMETRIDAE: Larentiinae

bruine snuituil
Hypena proboscidalis
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Gelijkende soorten rups

Klaverbandspanner (Scotopteryx bipunctaria), vroege bremspanner (Scotopteryx mucronata), late bremspanner (Scotopteryx luridata) en bruine bosrankspanner (Horisme vitalbata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

vroege bremspanner
Scotopteryx mucronata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

late bremspanner
Scotopteryx luridata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

klaverbandspanner
Scotopteryx bipunctaria
GEOMETRIDAE: Larentiinae

bruine bosrankspanner
Horisme vitalbata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Levenscyclus

Rups: augustus-juni. De soort overwintert als rups en verpopt zich waarschijnlijk in de strooisellaag.

Waardplanten

Diverse grassen, wikke en klaver.

Habitat

Open grazige plaatsen, waaronder graslanden, heiden, brede bospaden, struwelen, ruige bermen en duinen; soms tuinen in de omgeving van deze biotopen.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-eind augustus in één generatie. De vlinders kunnen overdag gemakkelijk opgejaagd worden uit het gras of uit andere lage vegetatie. Ze kunnen in het donker op bloemen worden waargenomen, maar komen slechts in kleine aantallen op licht.

België

Vrij zeldzaam, maar wijdverbreid in het hele land; zeldzaam in de Kempen.

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland via heel Europa tot het Amoergebied en Sachalin (ssp. sibirica Bang - Haas, 1907); in het noorden tot Noord-Scandinavië, in het zuiden: Italië, Malta, de Balkan en het westen van Centraal-Azië tot Altaj.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Shaded Broad-bar
Duitse naam
Braunbinden-Wellenstriemenspanner
Franse naam
la Phalène de l ansérine , la Chénopodie
Oud Nederlandse naam
gestreepte spanner
Synoniemen
Ortholitha chenopodiata, Cidaria chenopodiata, Ortholitha limitata, Eubolia mensuaria
Toelichting Nederlandse naam

De bandspanners hebben een bandtekening dwars over de vleugels.
Veel individuen binnen deze toch al bruine spanner tonen een of meer bruine banden.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Scotopteryx: skotos = duisternis en pteron = vleugel; wijzend op de donkere tekening op de vleugels van een aantal soorten, vooral de mediane band.
chenopodiata: Chenopodium is het plantengeslacht ganzevoet door Linnaeus foutief als waardplantengenus aan deze soort toegevoegd.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

seringenvlinder
Apeira syringaria

gemarmerde dwergspanner
Eupithecia irriguata

bosbandspanner
Epirrhoe rivata

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata

bosspanner
Scopula immutata

marmerspanner
Ecliptopera silaceata

alle soorten uit deze familie