Algemeen. Kan verspreid over het hele land worden waargenomen, maar komt vooral voor op de zandgronden en in de duinen; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: kwetsbaar.
Voorvleugellengte: 9-12 mm. Deze vrij kleine dwergspanner heeft een smalle spitse voorvleugel. De vleugel heeft een witachtige tot bruinachtig grijze grondkleur met een complexe lichte en donkere marmering. Opvallend zijn de dicht op elkaar liggende, sterk gehoekte grijsbruine dwarslijntjes, die wit afgezet zijn. De middenstip is klein en niet altijd even goed zichtbaar; aan de binnenzijde daarvan bevindt zich een duidelijke witte (pijl)vlek. In de binnenrandhoek ligt vaak een kleine lichte vlek. De achtervleugel is licht- tot donkergrijs met een brede donkere achterrand die in tweeën gesplitst wordt door een brede golflijn.
20-22 mm. Lijfkleur is variabel: tinten wit, groen en roze, met een duidelijk donkerder ruglijn en met veel tekening in roodachtig bruin, groen en rood, dikwijls fors aanwezig, op rug, flanken en rupsonderkant.
De dwarsbanddwergspanner (E. subumbrata) heeft een minder spitse voorvleugel en een lichte dwarsband aan de buitenzijde van de middenstip; de witte pijlvlek aan de binnenzijde van de middenstip ontbreekt. De lichte achtervleugel van de dwarsbanddwergspanner heeft een duidelijke donkere achterrand die niet gesplitst wordt door een brede golflijn.
dwarsbanddwergspanner
Eupithecia subumbrata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), schermbloemdwergspanner (Eupithecia tripunctaria), jeneverbesdwergspanner (Eupithecia pusillata), v-dwergspanner (Chloroclystis v-ata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), guldenroededwergspanner (Eupithecia virgaureata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), eikendwergspanner (Eupithecia dodoneata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata).
De groene variant met twee witte rugstrepen lijkt op de bijvoetdwergspanner (Eupithecia innotata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
guldenroededwergspanner
Eupithecia virgaureata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
schermbloemdwergspanner
Eupithecia tripunctaria
GEOMETRIDAE: Larentiinae
jeneverbesdwergspanner
Eupithecia pusillata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
heidedwergspanner
Eupithecia satyrata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
beverneldwergspanner
Eupithecia pimpinellata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
zwartkamdwergspanner
Gymnoscelis rufifasciata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
v-dwergspanner
Chloroclystis v-ata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
voorjaarsdwergspanner
Eupithecia abbreviata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
egale dwergspanner
Eupithecia absinthiata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
zwartvlekdwergspanner
Eupithecia centaureata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
vingerhoedskruiddwergspanner
Eupithecia pulchellata
GEOMETRIDAE: Larentiinae
Half maart-half september in twee generaties. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen goed op licht; soms worden ze aangetrokken door smeer. Overdag zijn ze vrij gemakkelijk op te jagen uit de heide.
Rups: juni en half augustus-half oktober. De soort overwintert als pop in een cocon in de strooisellaag.
Struikhei; soms duizendblad.
Vooral heiden.
Algemeen. Kan verspreid over het hele land worden waargenomen, maar komt vooral voor op de zandgronden en in de duinen; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: kwetsbaar.
Vrij zeldzaam in de Kempen en in heidegebieden daarbuiten. Lokaal algemeen. In Wallonië zeer zeldzaam, maar recent gemeld uit Luik, Luxemburg en Namen.
Van het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden naar het oosten tot Rusland en de Kaukasus. In Scandinavië tot boven de poolcirkel. Ook IJsland; in het zuiden tot Noord-Italië en Bulgarije.
Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
De voorvleugels van deze dwergspanner maken een extra smalle indruk, vooral veroorzaakt door de afwijkende stand van de vleugels in rust.
Eupithecia: eu is goed, goedig en pithex, pithekos is een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Nanata: nanus is dwerg, vanwege de kleine afmeting van de vlinder.
Actualiteiten
Ontdek meerBlijf op de hoogte
Ontvang vlindernieuwsWord donateur
Steun De Vlinderstichting
wilgendwergspanner
Eupithecia tenuiata
geblokte zomervlinder
Thalera fimbrialis
grote bruine spanner
Gnophos furvata
grijze dwergspanner
Eupithecia subfuscata
tijmstipspanner
Scopula decorata
melkwitte zomervlinder
Jodis lactearia