zeggeboorder Denticucullus pygmina

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Denticucullus pygmina
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 10-14 mm. Deze kleine en stevig gebouwde soort is variabel van kleur. De kleur van de voorvleugel loopt uiteen van licht strokleurig, soms rozeachtig getint, tot oranje- of rozeachtig bruin; soms komen vrij donkere grijsbruine exemplaren voor. Meestal loopt over het midden van de vleugel langs de hoofdader een duidelijke donkergrijze of bruine veeg en van daaruit lopen diverse donkere strepen langs de aders het zoomveld in. Vaak beginnen deze strepen op de grens van het midden- en het zoomveld met een donker vlekje of streepje; samen vormen deze vlekjes of streepjes de geleidelijk gebogen buitenste dwarslijn. De intensiteit van de donkere strepen kan variëren en verdere tekening ontbreekt. De uiteinden van de poten zijn effen bruin.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de vale duinrietboorder (Photedes extrema), de gele duinrietboorder (P. fluxa), het zandhalmuiltje (Mesoligia furuncula), de moerasplantenboorder (Globia algae) en de russenuil (Coenobia rufa).

Gelijkende soorten vlinder

zandhalmuiltje
Mesoligia furuncula

vale duinrietboorder
Photedes extrema

gele duinrietboorder
Photedes fluxa

moerasplantenboorder
Globia algae

russenuil
Coenobia rufa

Gelijkende soorten rups

Zandhalmuiltje (Mesoligia furuncula), vale duinrietboorder (Photedes extrema), bochtige smele-uil (Photedes minima), zandhaverboorder (Longalatedes elymi), gele duinrietboorder (Photedes fluxa), russenuil (Coenobia rufa) en herfst-rietboorder (Rhizedra lutosa).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

zandhalmuiltje
Mesoligia furuncula

bochtige smele-uil
Photedes minima

zandhaverboorder
Longalatedes elymi

gele duinrietboorder
Photedes fluxa

herfst-rietboorder
Rhizedra lutosa

russenuil
Coenobia rufa

Levenscyclus

Rups: september-juni. De rups leeft in het onderste gedeelte van de stengel en overwintert. De verpopping vindt plaats in een stevige cocon in de strooisellaag.

Waardplanten

Wollegras, zwenkgras en diverse zeggen en russen.

Habitat

Habitat: Moerassen, vochtige bossen en slootkanten; ook tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half juli-begin november in één generatie. De vlinders zijn actief in de schemering en opnieuw aan het einde van de nacht. Ze komen op licht en worden geregeld rustend op de waardplant aangetroffen. De vlinders nemen geen voedsel op.

België

In Vlaanderen vrij algemeen en wijdverbreid ten oosten van de lijn Antwerpen-Brussel; zeldzamer in Oost- en West-Vlaanderen. In Wallonië zeldzaam, met verspreide vindplaatsen ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Noordwest-Afrika (Marokko, Algerije), Europa noordelijk tot Noord-Schotland (Shetland), Zuid-Noorwegen, Midden-Zweden, Midden-Finland en Karelië. Naar het zuiden tot Zuid-Italië, Sicilië, Albanië, Roemenië, Noord-Griekenland en Zuid-Rusland. Buiten Europa in Noord-Iran. Opgaven uit Noord- en Oost-Azië behoeven bevestiging.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Small Wainscot
Duitse naam
Rötliche Sumpfgraseule
Franse naam
la Nonagrie des laiches
Synoniemen
Arenostola pygmina, Photedes pygmina, Tapinostola pygmina, Chortodes fulva, Tapinostola fulva, Chortodes pygmina
Toelichting Nederlandse naam

De rupsen van veel uiltjes dringen door in de stengel van planten; ze eten en groeien daar.
De rups van deze soort mineert vooral in zeggesoorten.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

pygmina: pygminus komt van Pygmaei = de Pygmeeën. Helemaal vergelijkbaar met P.minima, zie daar.

Auteursnaam en jaartal
(Haworth, 1809)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

groene korstmosuil
Nyctobrya muralis

gestreepte rietuil
Leucania obsoleta

grote koperuil
Diachrysia chryson

witte-l-uil
Mythimna l-album

oranjegeel halmuiltje
Oligia fasciuncula

zwarte witvleugeluil
Aporophyla nigra

alle soorten uit deze familie