Vliegtijd & gedrag
Half mei-half augustus in één generatie. De vlinders kunnen overdag van de waardplant worden opgejaagd. Zowel mannetjes als vrouwtjes komen vanaf de schemering op licht.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juli-mei. De soort overwintert als halfvolgroeide rups.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-16 mm. De vleugels zijn witachtig met soms een vage bruine tint en hebben een heel fijne grijze spikkeling. Zowel de voor- als de achtervleugel heeft een kleine zwarte middenstip en verscheidene gegolfde grijsbruine dwarslijnen. Het meest opvallend is de brede middelste dwarslijn die bij de voorrand van de voorvleugel vervaagt maar daar een kenmerkende hoek naar binnen maakt. De achtervleugel heeft halverwege de achterrand een duidelijke punt, wat in combinatie met de grootte van de vlinder onderscheid mogelijk maakt met de Idaea-soorten.
Kenmerken rups
Tot 30 mm; lichaam slank, licht versmald naar de kop; huid met dwarsribbeltjes, groenachtig grijs met kleine zwarte vlekjes op de rug; onderzijde lichtgrijs met een zeer bleke middenstreep; kop grijs met bruine spikkels.
Gelijkende soorten vlinder
De dwarslijnen bij de bosspanner (S. immutata) en de roomkleurige stipspanner (S floslactata) zijn meestal iets sterker gegolfd en buigen bij de voorrand niet naar binnen; ook hebben deze soorten geen puntige achtervleugel. Bij de roomkleurige stipspanner is de zwarte middenstip op de voorvleugel zwakker dan die op de achtervleugel of zelfs afwezig. Bij de bosspanner is de stip op de voorvleugel iets kleiner. Zie ook de witroze stipspanner (S. emutaria), de moerasstipspanner (S. corrivalaria) en de zoomstipspanner (S. umbelaria). Bekijk de gedetailleerde verschillen met illustraties tussen zeven Scopula- en drie Idaea-soorten.
Gelijkende soorten rups
Prachtstipspanner (Scopula marginepunctata), ligusterstipspanner (Scopula imitaria), witroze stipspanner (Scopula emutaria), bosspanner (Scopula immutata), roomkleurige stipspanner (Scopula floslactata), crème stipspanner (Scopula ternata) en vals witje (Siona lineata). N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land lokaal voor; de meeste waarnemingen komen uit Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. RL: bedreigd.
België
Vrij zeldzaam en wijdverbreid in nagenoeg het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het Iberisch Schiereiland door Europa tot Oost-Azië (ssp. subcandidata Walker, 1862); in het noorden tot Zuid-Scandinavië en in het zuiden: Italië, de Balkanlanden, Klein-Azië en Iran. Ook bekend uit Zuid-Kansu (Djakonov, 1936).