jeneverbesdwergspanner Eupithecia pusillata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia pusillata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Een soort die dankzij de aanplant van jeneverbes in tuinen op steeds meer plaatsen verspreid over het land wordt waargenomen; in jeneverbesgebieden soms talrijk. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 9-11 mm. Een zeer variabele dwergspanner, die echter te herkennen is aan de witachtige of lichtbruine vlek aan de buitenzijde van de middenstip. De buitenrand van de middenband is aan de binnenzijde bezet met zwarte pijlvlekjes van verschillende lengte; de twee vlekjes tussen de middenstip en de vleugelpunt zijn het langst en vallen het meest op. De dwarslijnen variëren in intensiteit en zijn ter hoogte van de middenstip scherp gehoekt; door de middenband loopt een dwarslijn die gewoonlijk door de middenstip loopt. De grondkleur van de voorvleugel varieert van witachtig bruin tot donkerbruin of grijs. Over het midden van de zwak getekende achtervleugel loopt een donkere dwarslijn die vooral bij de binnenrand duidelijk zichtbaar is; vaak is nog een tweede dwarslijn aanwezig vlak voor de vleugelwortel.

Uiterlijk Carter: Tot 18 mm; zeer variabel in kleur en tekening; de grondkleur varieert van groen tot roodachtig bruin; sommige vormen hebben over de rug een donkere middenstreep en langs de rug twee smalle, gele lengtestrepen, terwijl andere vormen over het midden van de rug roodachtig bruine rechthoekjes of donkerbruine pijlvormige vlekken hebben; alle vormen hebben op de flanken een brede, geelachtig witte lengtestreep.

Uiterlijk Porter: 16-18 mm. Lijf groen of bruin met een donkerder ruglijn en een variabele hoeveelheid blokjes, V-tjes en lijntjes in donkerbruin, rood en geel op rug en flanken; de stigmalijn is gewoonlijk witachtig en duidelijk aanwezig.

Gelijkende soorten vlinder

De eikendwergspanner (E. dodoneata) heeft ook een lichte vlek aan de buitenzijde van de middenstip en zwarte pijlvlekjes langs de buitenste dwarsband, maar is iets kleiner en vliegt vroeger in het jaar. De guldenroededwergspanner (E. virgaureata) mist de lichte vlek aan de buitenzijde van de middenstip. Zie ook de grasklokjesdwergspanner (E. impurata).

Gelijkende soorten vlinder

guldenroededwergspanner
Eupithecia virgaureata

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata

grasklokjesdwergspanner
Eupithecia impurata

Gelijkende soorten rups

Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), schermbloemdwergspanner (Eupithecia tripunctaria), smalvleugeldwergspanner (Eupithecia nanata), v-dwergspanner (Chloroclystis v-ata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), guldenroededwergspanner (Eupithecia virgaureata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), eikendwergspanner (Eupithecia dodoneata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata

voorjaarsdwergspanner
Eupithecia abbreviata

v-dwergspanner
Chloroclystis v-ata

beverneldwergspanner
Eupithecia pimpinellata

heidedwergspanner
Eupithecia satyrata

zwartvlekdwergspanner
Eupithecia centaureata

zwartkamdwergspanner
Gymnoscelis rufifasciata

smalvleugeldwergspanner
Eupithecia nanata

schermbloemdwergspanner
Eupithecia tripunctaria

vingerhoedskruiddwergspanner
Eupithecia pulchellata

guldenroededwergspanner
Eupithecia virgaureata

egale dwergspanner
Eupithecia absinthiata

Levenscyclus

Rups: april-juni. De soort overwintert als ei op de waardplant; in de eieren bevinden zich al volledig ontwikkelde rupsjes.

Waardplanten

(Gekweekte) jeneverbes.

Habitat

Habitat: Heiden, graslanden, parken, tuinen en andere plaatsen waar de waardplant groeit.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-eind september in één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht.

België

EZeer zeldzaam. Recent enkel waargenomen in de Limburgse Kempen. In Wallonië gekend uit alle provincies, recent enkel uit Luik.

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland en Frankrijk via de Britse eilanden tot IJsland; ook via Midden- en Oost-Europa naar Siberië. Naar het noorden tot Noord-Scandinavië en in het zuiden het noordelijk Middellandse Zeegebied en de Balkan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Juniper Pug
Duitse naam
Kleiner Wacholder-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie chétive
Synoniemen
Tephroclystia pusillata, Eupithecia sobrinata, Tephroclystia sobrinata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Jeneverbes is de belangrijkste waardplant is van deze dwergspanner.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Pusillata: pusillus = zeer klein, aardig, vanwege de kleine afmeting vergeleken met naburige soorten die in 1775 geplaatst waren in Geometra.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

herculesje
Selenia dentaria

donker klaverblaadje
Macaria alternata

wegedoornspanner
Philereme transversata

schaduwstipspanner
Idaea rusticata

egale bosrankspanner
Horisme tersata

kleine wintervlinder
Operophtera brumata

alle soorten uit deze familie