graanworteluil Euxoa tritici

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Noctuinae / Euxoa tritici
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt vooral voor in de duinen, op de Waddeneilanden en verspreid op de zandgronden in het binnenland; elders lokaal en minder algemeen. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 13-17 mm. De grootte van deze uil en de intensiteit van de tekening kunnen aanzienlijk variëren, zelfs binnen één vindplaats. De kleur van de voorvleugel loopt uiteen van donkergrijs via grijsachtig bruin tot zandkleurig lichtbruin; deze variatie weerspiegelt vaak het bodemtype waarop de vlinders voorkomen: vlinders van de duinen zijn doorgaans lichter van kleur en hebben een minder contrastrijke tekening. Langs de voorrand loopt vaak een lichte strook tot aan de buitenste dwarslijn, met daarnaast een donker tot zwart wigvormig vlak dat bij veel exemplaren aan de andere zijde wordt begrensd door een met witte schubben bezette ader. Aan de binnenzijde van de golflijn bevinden zich vaak enkele (hooguit zes) korte donkere pijlvlekken; er komen ook exemplaren voor zonder pijlvlekken, zowel vlinders met een lichte als met een donkere ondergrond.

Gelijkende soorten vlinder

De late heide-uil (Xestia agathina) heeft een langwerpige ringvlek. Zie ook de zwartvlakworteluil (E. obelisca), de rookkleurige worteluil (E. nigricans), de variabele worteluil (E. cursoria), de witvlekworteluil (E. lidia) en de gekamde graanworteluil (E. aquilina).

Gelijkende soorten vlinder

witvlekworteluil
Euxoa lidia

variabele worteluil
Euxoa cursoria

late heide-uil
Xestia agathina

zwartvlakworteluil
Euxoa obelisca

gekamde graanworteluil
Euxoa aquilina

rookkleurige worteluil
Euxoa nigricans

Gelijkende soorten rups

Zwartvlakworteluil (Euxoa obelisca), rookkleurige worteluil (Euxoa nigricans), variabele worteluil (Euxoa cursoria), witvlekworteluil (Euxoa lidia), grijze worteluil (Agrotis cinerea), bonte worteluil (Agrotis vestigialis), puta-uil (Agrotis puta), gewone velduil (Agrotis segetum), grote worteluil (Agrotis ipsilon), geoogde worteluil (Agrotis clavis), duinworteluil (Agrotis ripae) en gewone worteluil (Agrotis exclamationis).
Let op: de rupsen van de Euxoa- en de Agrotis-soorten zijn erg moeilijk uit elkaar te houden.
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

witvlekworteluil
Euxoa lidia

bonte worteluil
Agrotis vestigialis

puta-uil
Agrotis puta

duinworteluil
Agrotis ripae

grijze worteluil
Agrotis cinerea

geoogde worteluil
Agrotis clavis

gewone worteluil
Agrotis exclamationis

grote worteluil
Agrotis ipsilon

gewone velduil
Agrotis segetum

variabele worteluil
Euxoa cursoria

zwartvlakworteluil
Euxoa obelisca

rookkleurige worteluil
Euxoa nigricans

Levenscyclus

Rups: oktober-eind mei. De rups foerageert ´s nachts op de wortels of de onderste delen van de waardplant en verbergt zich overdag in de grond, waar ook de verpopping plaatsvindt. De soort overwintert als rups, een enkele maal als pop.

Waardplanten

Diverse grassen en kruidachtige planten, waaronder walstro (soms schadelijk op onder andere wintertarwe).

Habitat

Habitat: Duinen, heiden en graslanden.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-begin oktober in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer. Ze bezoeken bloemen van kruiskruid en struikhei, soms ook overdag.

België

In Vlaanderen zeldzaam en achteruitgegaan. Nagenoeg beperkt tot de Kempen en de kuststreek. In Wallonië zeer zeldzaam; recent enkel gemeld uit Namen.

Mondiaal

Noordwest-Afrika (Marokko), Europa (noordwaarts tot Schotland en Midden-Scandinavië), Voor- en Midden-Azië tot Irkoetsk.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
White-line Dart
Duitse naam
Weizeneule
Franse naam
la Noctulelle du froment
Oud Nederlandse naam
tarweuil
Synoniemen
Agrotis tritici, Euxoa crypta, Euxoa nigrofusca
Toelichting Nederlandse naam

De Agrotis- en Euxoa-soorten werden samengevoegd onder de groepsnaam worteluil. De rupsen hebben een relatie met plantenwortels.
Soms is er sprake van schade aan wintertarwe. Graanworteluil is al tijden in gebruik in landbouwkringen.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Euxoa: euxoos = goed gepoetst; dit zou naar de achtervleugel verwijzen.
tritici: Triticum = het plantengeslacht tarwe, foutief door Linnaeus in verband gebracht met de waardplant van deze soort.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1761)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

gelijnde grasuil
Tholera decimalis

moeras-w-uil
Lacanobia splendens

bonte worteluil
Agrotis vestigialis

schijn-nonvlinder
Panthea coenobita

helmgrasuil
Mythimna litoralis

bonte daguil
Protoschinia scutosa

alle soorten uit deze familie