nunvlinder Orthosia gothica

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Orthosia gothica
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-17 mm. Deze uil is goed van de andere Orthosia-soorten te onderscheiden door de opvallende zwarte vlek op de voorvleugel. Deze vlek is tamelijk variabel, maar heeft doorgaans ruwweg de vorm van een zadel en bestaat uit een rechthoekig veld waarin de lichte ringvlek naar binnen steekt; soms wordt het zwarte veld door de ringvlek helemaal in tweeën gedeeld en heel zelden is de vlek gebogen, vervormd of sterk gereduceerd. De grondkleur van de voorvleugel is bij de meeste exemplaren grijs- of roodachtig bruin, maar kan variëren van licht zandkleurig tot zwartachtig en kan roze- of purperachtig bruin getint zijn. Bij sommige, vooral roodachtige exemplaren kan de kleur van de zadelvlek overeen komen met de grondkleur; door de lichte randen van de niervlek en ringvlek is de vlek toch altijd te onderscheiden.

Uiterlijk Carter: Tot 40 mm; lichaam groen met fijne geelachtig witte tekening en smalle, gele ringen tussen de segmenten; over de rug drie geelachtig witte lengtestrepen; over de spiracula een bleekgroene of witte lengteband met zwartgezoomde bovenrand; kop groen.

Gelijkende soorten vlinder

Exemplaren met een niet volledige zwarte vlek kunnen worden aangezien voor de zwartvlekwinteruil (Conistra rubiginosa); bij deze soort is de binnenzijde van de niervlek en de ringvlek echter altijd donker gevuld. De zwarte-c-uil (Xestia c-nigrum) heeft naast de zwarte tekening een strokleurige zone; deze soort vliegt doorgaans later in het jaar.

Gelijkende soorten vlinder

zwarte-c-uil
Xestia c-nigrum

zwartvlekwinteruil
Conistra rubiginosa

Gelijkende soorten rups

Sierlijke voorjaarsuil (Orthosia gracilis), variabele voorjaarsuil (Orthosia incerta), tweestreepvoorjaarsuil (Orthosia cerasi), katwilguiltje (Brachylomia viminalis), bruine essenuil (Lithophane semibrunnea), gageluil (Lithophane lamda), eikenuiltje (Dryobotodes eremita), hyena (Cosmia trapezina), roestuil (Mniotype satura), gele granietuil (Polymixis flavicincta) en maanuiltje (Cosmia pyralina).
Lijkt ook op kastanjebruine uil (Xestia castanea), kooluil (Mamestra brassicae) en spurrie-uil (Anarta trifolii).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

sierlijke voorjaarsuil
Orthosia gracilis

gele granietuil
Polymixis flavicincta

kastanjebruine uil
Xestia castanea

spurrie-uil
Anarta trifolii

kooluil
Mamestra brassicae

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

roestuil
Mniotype satura

bruine essenuil
Lithophane semibrunnea

gageluil
Lithophane lamda

maanuiltje
Cosmia pyralina

eikenuiltje
Dryobotodes eremita

hyena
Cosmia trapezina

katwilguiltje
Brachylomia viminalis

variabele voorjaarsuil
Orthosia incerta

Levenscyclus

Rups: april-juli. De rups foerageert vooral ´s nachts, eerst op de knoppen van de waardplant, later op de bladeren. De soort overwintert als pop in een cocon in de grond.

Waardplanten

Diverse planten en loofbomen, waaronder eik, berk, meidoorn, wilg, bosbes, zuring, moerasspirea en brandnetel.

Habitat

Habitat: Er lijkt geen voorkeur te bestaan voor een bepaald biotoop.

Vliegtijd en gedrag

Begin maart-juni in één generatie. De vlinders zijn vaak pas later op de avond actief, zelfs in koude nachten; ze komen zowel op licht als op smeer en bezoeken wilgenkatjes.

België

Algemeen in het hele land.

Mondiaal

Het Iberisch schiereiland, alle Europese landen tot Oost-Azië. Naar het noorden tot boven de poolcirkel. Naar het zuiden het noordelijke Middellandse Zeegebied en via Klein-Azië naar het oosten.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Hebrew Character
Duitse naam
Gothica-Kätzcheneule
Franse naam
la Gothique
Synoniemen
Taeniocampa gothica, Monima gothica
Toelichting Nederlandse naam

Nunvlinder is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw).
Nun komt uit oosterse oude talen (Malta, Midden-Oosten, Egypte, Iran e.a.) waarbij dit een aanduiding is voor de 14e letter uit het Hebreeuwse alfabet.
Dit teken ziet er wat langerekt c-vormig uit wat gelijk is aan de c-vormige vlek op de voorvleugel.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Orthosia: orthosis = recht maken. De aandacht wordt erop gevestigd dat dit genus anders is dan b.v. dat van Lacanobia, dit genus heeft een rechte subterminale lijn. Orthosia was ook een aanroepnaam van Artemis en waarschijnlijk had Ochsenheimer beide mogelijkheden in gedachten.
gothica: gothicus = gotisch. Wijzend op de 'gotische' boog op de voorvleugels (hoewel de boog weinig heeft van de sierlijke boog in de gotiek). Linnaeus schrijft: 'met een zwarte naar buiten gekeerde boog in het midden van de vleugel', 'naar buiten gekeerd' als de vleugels in rust zijn opgevouwen.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

sierlijke voorjaarsuil
Orthosia gracilis

tweekleurige grasuil
Apamea illyria

zwartvlekwinteruil
Conistra rubiginosa

krakeling
Diloba caeruleocephala

florida-uil
Spodoptera exigua

moerasplantenboorder
Globia algae

alle soorten uit deze familie